Na twintig jaar onafhankelijkheid lijkt de gedroomde heilstaat verder weg dan ooit. De economische problemen stapelen zich op, President Soekarno eigent zich steeds meer macht toe, de politieke partijen dreigen ten onder te gaan aan corruptie en vriendjespolitiek. Alleen de communistische partij, de PKI, groeit gestaag, tot groot ongenoegen van het leger. Beiden maken zich op voor de strijd om de  opvolging van de zieke Soekarno. In de nacht van 30 september op 1 oktober barst de bom als in Jakarta zeven generaals van hun bed worden gelicht door een groep gewapende militairen. Eén generaal, Nasution, weet te ontsnappen, de andere zes worden meegenomen. De bevolking hoort de volgende ochtend op de radio dat de zeven generaals een staatsgreep hadden willen plegen, maar dat die is verijdeld door een lijfwacht van de president en een groep militairen.  Dezelfde avond nog verklaart het leger dat juist de lijfwacht met zijn aanhang een coup had willen plegen, maar dat het leger de orde in de stad heeft hersteld. Twee dagen later is de opstand voorbij, maar de emoties lopen hoog op als kort daarna  de lichamen van de zes generaals in een put bij het vliegveld Halim worden ontdekt. Het leger beschuldigt de PKI van medeplichtigheid en begint een grootschalige klopjacht op communisten. In een paar maanden tijd worden naar schatting minstens een half miljoen mensen vermoord en tienduizenden verdwijnen achter tralies vanwege vermeende betrokkenheid bij de coup. Het machtsevenwicht tussen Soekarno, leger en PKI is definitief verstoord.

De PKI wordt verboden, president  Soekarno wordt aan de kant geschoven en generaal Soeharto neemt de macht over. Aanhangers en sympathisanten van Soekarno krijgen het zwaar te verduren: departementen, overheidsdiensten en vakbonden worden gezuiverd. Zelfs jaren later verdwijnen nog steeds mensen in de gevangenis. Ook Nanang, een linkse nationalist en Soekarno-aanhanger, moet het veld ruimen.

Politieke gevangenen
De suikersector staat te boek als een links bolwerk. In de week na 1 oktober wordt er al meteen voor het kantoor van de Nationale Suikerondernemingen gedemonstreerd. Nanang is nog op dienstreis is, pakken paramilitairen in Midden-Java tal van fabrieksarbeiders op en worden velen op gruwelijk wijze gedood.  Als president Soekarno in maart 1966 zijn handtekening zet onder een bijna blanco volmacht voor Soeharto, heeft het leger de machtsstrijd gewonnen. De dagen van Nanang  als directeur van de nationale suikerondernemingen zijn geteld. Hij wordt als adviseur van de minister op een zijspoor gerangeerd totdat hij in 1968 zijn ontslagbrief krijgt. Samen met Miny besluit hij met het gezin naar het provinciale Malang te verhuizen, op veilige afstand van de politieke macht. Ze kopen een huis, bouwen een kleine kartonfabriek en gaan met opgeheven hoofd aan het werk, Nanang in zijn fabriek en Miny als huizenmakelaar. Totdat Nanang in 1969 wordt opgepakt en in de gevangenis verdwijnt. Vijf maanden later is hij weer thuis, maar als ex-politieke gevangen krijgt hij stadsarrest en moet hij zich een jaar lang regelmatig melden. Begin 1973 is het weer mis. Op een zondag staan ineens agenten in burgerkleding voor de deur om Nanang mee te nemen. Waarom? Waar heen? Voor hoe lang? Op die vragen krijgt Miny geen antwoord. Na een maandenlange zoektocht weet ze haar man te lokaliseren, bezoeken mag ze hem pas veel later. Wekelijks  staat ze bij de gevangenis in de rij met een mand vol eten en medicijnen, ze leert de vernederingen weg te slikken, onderdrukt tranen van onmacht als haar de toegang wordt ontzegd. Voor haar kinderen is ze vader en moeder tegelijkertijd, voor  lotgenoten een vertrouwenspersoon en hulpverlener, en als ze het haar allemaal teveel wordt pakt ze haar schriftje en rookt een sigaret. Ze houdt zich sterk, vijf jaar lang totdat Nanang in 1978 eindelijk wordt vrijgelaten. En ook daarna, want net als honderdduizend andere politieke gevangenen wordt haar man als een tweederangsburger behandeld.

vragen

  • Nanang is na zijn tweede arrestatie als politieke gevangene onder de naam ‘Piet’ door Amnesty International geadopteerd, onder andere door een Nederlandse vrijwilligersgroep. Hij schreef brieven aan de vrijwilligers over zijn situatie in de gevangenis. Was u lid van die groep, zo ja heeft u nog brieven of andere documenten bewaard? Of kent u misschien iemand die in die vrijwilligersgroep zat?
  • Bent of kent u iemand die in die periode Miny heeft gesponsord om lotgenoten in nood te helpen, bijvoorbeeld met een bijdrage voor schoolgeld, medicijnen en andere zaken? Kunt u daar meer over vertellen? Heeft u nog brieven of andere documenten?