Dolly en de zusjes Kobus leren hun Indonesische mannen in en na de oorlog in Amsterdam kennen. Veel Indonesiërs wonen er niet in Nederland, tijdens de oorlog zo’n 800 studenten, zeelieden, baboes en bedienden. Maar hun muziek- en dansvoorstellingen zijn populair, in elk geval in de hoofdstad waar Indonesische gezelschappen volle zalen trekken voor het zondagmatinee bij het Koloniaal Instituut, het tegenwoordige Koninklijke Instituut voor de Tropen.

Dolly Zegerius is zeventien en werkt op kantoor als ze begin 1942 op het verlovingsfeestje van haar vriendin Lien kennis maakt met Tarjo. Hij blijkt de neef van Liens Indonesische verloofde en studeert topografie in Delft. Het klikt meteen, ze amuseren zich kostelijk. Een tweede ontmoeting is snel geregeld; Tarjo treed regelmatig op als danser en gitarist bij het zondagmatinee in het Koloniaal Instituut. Een maand later stelt ze Tarjo voor aan haar ouders en zus met wie ze een etage bewoont in de Rivierenbuurt. Na anderhalf jaar verkering geven ze elkaar het ja-woord op 30 september 1943.

Neurenberger rassenwetten
Vader Jaap Zegerius is Joods, moeder komt uit een katholiek gezin, en ook al doen ze thuis niks aan het geloof, volgens de Duitse bezetter is Dolly half-Joods. Ze krijgt een G1 stempel op haar persoonsbewijs, maar hoeft geen gele Jodenster te dragen zoals haar vader. Vader Zegerius hoopt dat zijn dochter door het huwelijk met Tarjo veilig is en gevrijwaard blijft van anti-Joodse maatregelen. Het tegendeel blijkt waar.

Op de woensdag voor Pasen in 1944 wordt Dolly door agenten thuis opgehaald en meegenomen naar het politiebureau op de Marnixstraat. Tarjo blijkt al eerder die dag te zijn opgepakt. Het echtpaar belandt vervolgens bij de Zentralstelle für jüdische Auswanderung zoals het deportatiecentrum bij de Euterpestraat wordt genoemd. Drie dagen later worden ze overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveense weg. Hun vergrijp? Door het huwelijk hebben ze de Neurenberger rassenwetten overtreden, krijgt Dolly te horen. Ze had als half-Joodse niet met een ariër mogen trouwen.

Dolly wordt opgesloten in een groepscel in het vrouwengedeelte, Tarjo in een cel met mannen. Het is een komen en gaan van gevangenen, sommigen worden overgeplaatst naar een andere gevangenis, anderen worden gedeporteerd, zoals die ene Groningse vrouw uit Dolly’s cel. Dolly en Tarjo worden na zes weken weer vrijgelaten, zonder opgaaf van reden.

vragen

  • Heeft u zelf of een familielid in het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg gevangen gezeten in april-mei 1944 samen met Dolly of  Tarjo?
  • Kent u mensen die net als Dolly en Tarjo zijn opgepakt omdat ze de rassenwet zouden hebben overtreden, omdat ze met een  half Jood(se) waren getrouwd?
  • Hoe werden Indonesiërs behandeld c.q. geclassificeerd door de Duitse bezetter? In een interne notitiee van april 1942 schreven de Duitse autoriteiten dat ‘Maleiers, Negers en Indiërs’ geen lid mochten zijn van de Kultuurkamer, omdat ze als niet-ariërs werden beschouwd. Afgaande op de reden voor arrestatie die Dolly kreeg te horen (half-Joodse mag niet met ariër trouwen), zou Tarjo toch als een ariër gezien worden.
  • Weet u wie de Groningse vrouw is die vanuit de gevangenis is gedeporteerd?

Voor de zussen Kobus zijn het hectische tijden in de oorlog. Jarenlang genieten ze een zorgeloze jeugd op de Hoofdweg, waar ze samen met pa Berend, een treinmachinist, en ma Mien, een naaister, een etage bewonen. En dan wordt pa overgeplaatst naar Limburg, is ma actief in het verzetswerk en volgt de ene verhuizing na de andere. Ze bleven ze er opuit trekken in de oorlog: met ma naar Zandvoort, op fietsvakantie naar de familie in Winterwijk en met hun muziekvrienden ‘De Vrolijke Kornuiten’ naar Lage Vuursche. Een van hen is een Indonesiër en leert hun de eerste krontjongliedjes spelen en zingen.

Verzetswerk

Moeder Mien Kobus-Hekkelman leest thuis altijd de Tribune en staat in de buurt bekend als een communiste. Als de oorlog uitbreekt, sluit ze zich aan bij het verzet. Wat ze precies doet, daar praat ze niet over, maar het is meer dan het rondbrengen van illegale kranten. Vanwege haar verzetswerk komt ma regelmatig met een ander kapsel thuis; de ene keer heeft ze rood haar, dan is ze weer blond of zwart. Het is ook de reden voor de vele verhuizingen. Soms worden de zussen tijdelijk bij bekenden ondergebracht. Na de oorlog krijgt ma een plaats op de kieslijst van de CPN aangeboden, vertellen de dochters trots. Ma zal het aanbod afwijzen, omdat ze haar kinderen naar Indonesië wil begeleiden, om zeker te weten dat ze goed ontvangen worden.

Zus Betsy, die op een naaiatelier werkt, zit ook bij het verzet, samen met haar vriend Loek. Ze verhuist een tijdje naar Rotterdam, mogelijk om onder te duiken, maar ook zij laat er niks over los. Haar jongere zussen Annie en Miny verlenen nu en dan hand- en spandiensten, brengen illegale kranten rond en af en toe een brief.

vragen

  • Wie heeft Mien Kobus-Hekkelman gekend en kan meer vertellen over haar verzetswerk in Amsterdam? Kwam zij via het verzet al in contacten met Indonesiërs die in Amsterdam woonden? In hoeverre was haar verzetswerk gekoppeld aan de CPN. Wat was haar rol binnen de CPN? Wie weet meer te vertellen over haar naoorlogse activiteiten voor de CPN en haar  potentiële politieke carrière?
  • Wie kan meer vertellen over Betsy’s rol in het verzet en haar activiteiten in Rotterdam tijdens de oorlog?

Het Parool

Annie, die de mulo heeft gedaan en een kantoorbaan heeft, loopt tijdens de februaristaking met een schaartje rond om de personeelsnummers uit de boorden te knippen bij de stakende trambestuurders. Later werkt ze thuis voor Het Parool waar ze op haar eigen typemachine handgeschreven berichten uittikt. Ze combineert het met betaald werk op kantoor of in de fabriek, waaronder de Van Houten fabriek in Weesp waar ze een jaar lang werkt samen met zus Miny. Na de bevrijding krijgt Annie een vaste baan op kantoor bij Het Parool.

vragen

  • Wie heeft meer informatie over het typewerk van Annie voor Het Parool in de oorlog?
  • Wie kent Annie uit de naoorlogse periode op het kantoor van Het Parool?

De Vrolijke Kornuiten

De zussen Kobus zijn een muzikaal trio; Betsy speelt mandoline, Annie gitaar en Miny ukelele. Ze kunnen mooi driestemmig zingen. Het liefst trekken ze eropuit, samen met de vriendenclub De Vrolijke Kornuiten. Ook in de oorlog brengen ze in de zomermaanden regelmatig samen een weekend door op Lage Vuursche, waar ze steevast kamers huren bij ome Piet, vlak bij het station.

In 1944 zijn ze met een hele groep bij elkaar: Miny is net 18 jaar en heeft verkering met Bart (achterste rij links), haar zus Betsy (middelste rij, 2e links) is op haar 21ste weer vrijgezel, ze heeft de verloving met Loek verbroken omdat hij vreemd zou gaan. Annie (onderste rij, 2e rechts) laat het bij kortstondige scharrels, bijvoorbeeld met de Indonesische Darmin (midden voor). En waarschijnlijk ook met andere Kornuiten.

vragen

  • Wie zijn die Vrolijke Kornuiten allemaal? Herkent u iemand op de foto’s?
  • Wie zijn de gitaarspelende jongens die naast Annie staan, terwijl Miny samen met Darmin een dansje maakt?

Drievoudige bruiloft

Op 9 mei 1946 staan Betsy, Annie en Miny met een bruidsboeket in hun door moeder genaaide mantelpakjes voor het stadhuis. Ze trouwen alle drie op dezelfde dag met Indonesische zeelieden. In Het Parool verschijnt die dag een kleine huwelijksaankondiging van het drietal: Betsy trouwt met Djoemiran, Annie met Djabir alias Mouch en Miny met Amarie. Aan hun bruidsboeketten wapperen vrolijk rood-witte linten, die de vlag van de Republiek Indonesië symboliseren.

Na een korte plechtigheid staan de drie echtparen weer buiten met hun trouwboekjes in de hand. Een fotograaf van Het Parool is erbij om wat foto’s voor de krant te maken. Daarna gaan ze samen met familieleden, getuigen en vrienden naar de Lepelstraat, de toekomstige etage voor de drie stellen, waar ze in de namiddag receptie zullen houden.

vragen

  • Wie waren er allemaal bij de bruiloft?
  • Wie was de fotograaf van Het Parool die het bruidspaar  Betsy en Djoemiran heeft gefotografeerd? Waarschijnlijk zijn er nog meer foto’s van de bruidjes en hun echtgenoten genomen. Wie weet of de foto’s bewaard zijn en waar?
  • Kent u de 26-jarige matroos Pakeh en/of de 41-jarige machinesmeerder Henk Teeuwen uit Haarlem, de getuigen van  Miny en Amarie? Wie waren de andere getuigen?
  • Kent u andere vrouwen die kort na de oorlog met Indonesische mannen zijn getrouwd?
alttekst

Krontjonggroep

In de oorlog is krontjongmuziek populair in Amsterdam. De voorstellingen van Indonesische muziek- en dansgroepen zoals Ardjoena, Seni Timur en Insulinde in het Koloniaal Instituut en elders worden goed bezocht. Miny, Annie en Betsy leren hun eerste Indonesische krontjongliedjes in de oorlogsjaren via hun Indonesische vriend Darmin. Naar het zondagmatinee in het Koloniaal Instituut gaan ze in die tijd niet. Dat komt pas na de bevrijding, als ze via hun moeder in contact komen met Indonesische zeelieden die in Amsterdam zijn gestrand. Hun krontjongrepertoire groeit gestaag. Via de muziek en hun vrienden worden de zussen meegezogen in het Indonesische leven in Nederland. Ze steunen het streven naar onafhankelijkheid en erkenning van de Republiek Indonesië. Met hun krontjong groepje spelen ze op benefietconcerten, demonstraties en stakingen tegen de uitzending van dienstplichtigen en militairen naar Indonesië. Zo leren ze ook de gitarist en danser Tarjo kennen, en via hem zijn vrouw Dolly.

vragen

  • Wie heeft de zussen ooit zien optreden? Waar? Welke liedjes waren in die tijd populair?
  • Wie kan zich nog het optreden in Amsterdam herinneren op 17 augustus 1946 ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de Republiek Indonesië? En hun optreden in september 1946 voor de kazerne in Tilburg of Eindhoven?
  • Wie speelden er nog meer mee in hun krontjonggroep?