De soevereiniteitsoverdracht  op 27 december 1949 voelt als een nieuwe start voor de vrouwen. Nu de oorlog voorbij is, kunnen ze eindelijk verder met hun leven. Tarjo wordt als hoofd van de topografische dienst van het leger overgeplaatst naar de hoofdstad Jakarta, en Dolly en haar gezin verhuizen mee.  Ook de zussen Kobus pakken hun koffers. Als Annie in 1950 een baan krijgt bij de Cultuurbank in Surabaya, gaat de hele familie mee om in de handelsstad een nieuw bestaan op te bouwen.  Miny en Annie hertrouwen en starten een nieuw gezin. De euforie van de onafhankelijkheid houdt niet lang stand; de jarenlange oorlog eist zijn tol, de wederopbouw gaat tergend langzaam en de Nederlandse ondernemers hebben nog steeds de belangrijkste sectoren in handen. Na de nodige politieke en diplomatieke rellen, volgt eind 1957 de nationalisatie van alle Nederlandse bedrijven en plantages. Duizenden Nederlanders en Indo-Europeanen moeten vertrekken. Een dreigende confrontatie over Nederlands Nieuw-Guinea wordt onder internationale druk in de kiem gesmoord; Nederland moet haar laatste kolonie in de Oost aan Indonesië overdragen.  Maar de overwinning biedt de Indonesiërs nauwelijks rust. De interne politieke spanningen  lopen steeds verder op, de inflatie loopt op tot vijfhonderd procent. Dolly en Miny zijn relatief goed af; hun mannen bekleden hoge overheidsposities en zijn verzekerd van voedselrantsoenen. Voor Annie en Betsy en hun gezinnen is het flink sappelen.

De onderwerpen in deze oproep zijn:

Jakarta

Surabaya

Sragen

Jakarta
Dolly hoopt dat haar ouders, zus en zwager na de onafhankelijkheid ook naar Indonesië komen. Ze hebben al vergaande plannen gemaakt om samen een schoonheidssalon annex bloemenwinkel in Jakarta te starten. Door de oplopende spanningen tussen Nederland en Indonesië haakt de familie af. Maar Dolly gaat door en opent in 1953 haar eigen salon Magic Rose in het paviljoen naast het woonhuis aan de Haji Agus Salim straat, voorheen de Laan van Holle, in het centrum van de stad. Ze neemt een voormalige KNIL militair in dienst als kapper en laat haar eigen gezichtsmaskers en zalfjes maken. De zaak loopt goed, en verhuist later met de familie mee naar de Jln. Pegangsaan Timur, waar Dolly de voormalige dienstwoning van de directeur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij  heeft gehuurd. Het woonhuis is groot genoeg om onderdak te bieden aan haar gezin met zes kinderen, inwonende Indonesische familieleden en gasten. De inkomsten van Magic Rose zijn een welkome aanvulling op Tarjo’s bescheiden ambtenarensalaris, zeker in de tijden van de alsmaar stijgende inflatie. Het leger vult Tarjo’s loon aan met speciale voorzieningen zoals een dienstauto, gratis elektriciteit en telefoon, en een maandelijks rantsoen van rijst, olie en suiker. Als vrouw van een hooggeplaatste militair dient Dolly ook haar steentje bij te dragen; als lid van de vrouwenafdeling organiseert ze liefdadigheidsacties en bezoekt ze soldaten die gewond zijn geraakt in gevechten tegen Nederlandse militairen in de strijd om Irian Barat, de Indonesische naam voor Nederlands Nieuw-Guinea. Dolly krijgt ook een militaire training als lid van het vrouwen vrijwilligers korps (Sukwati=sukarela wanita).

vragen

  • Kent u Dolly uit Jakarta? Waar kent u haar van? Bent u een vriendin, een oude klant van Magic Rose, of kent u haar man Tarjo of een van hun kinderen? Wat kunt u zich nog herinneren?
  • Heeft u Dolly wellicht in haar salon of bij bepaalde andere gelegenheden ontmoet? heeft u daar foto’s of documenten van?

Surabaya
De zussen Kobus verruilen het provinciale Malang voor het grootsteedse Surabaya omdat ze daar makkelijker aan werk kunnen komen. Annie vindt werk bij de Cultuurbank, die voor de soevereiniteitsoverdracht nog de Koloniale Bank heette en actief is in de plantagesector. Betsy kan als coupeuse aan de slag bij de lokale vestiging van Java Modemagazijn, waar Miny een baan krijgt als winkelhulp. Beide zussen worden ook ingezet als mannequin om klanten de nieuwste mode te tonen. Djoemiran, de enige man in het vrouwenhuishouden, werkt als automonteur bij Garage Verkerk. Ma Hekkelman blijft thuis met de bediende en past op de kinderen. Ze kampt met een oorlogstrauma, verblijft een aantal maanden in een psychiatrische instelling in Lawang, en keert in 1952 alleen terug naar Nederland. De zussen blijven in Surabaya. Ze hebben het goed naar hun zin; ze hebben werk en een grote vriendenkring, zowel Indonesiërs als  Nederlanders. Als muzikaal trio zijn de drie graag gezien gasten op feesten en partijen. Miny zit  bij een lokale korfbalclub en Betsy is lid van het damesteam van de roeivereniging Brantas. Na het vertrek van ma besluiten Betsy en Miny een eigen naaiatelier aan huis te beginnen. Miny is inmiddels gescheiden van Amarie en heeft verkering met Nanang, een vroegere buurjongen uit Malang. Annie krijgt verkering met Nanangs neef Oerip. In het najaar van 1953 worden er vlak na elkaar twee trouwfeesten gevierd in het familiehuis in de Amir Hamzah straat. Miny en haar zoon Aji verhuizen naar de suikerfabriek Modjo in Midden-Java waar Nanang sinds een jaar werkt. Oerip trekt bij Annie in, maar na een paar jaar verhuist het gezin naar Jakarta omdat Oerip daar beter werk kan vinden. Betsy en Djoemiran blijven voorlopig in Surabaya. Het naaiatelier loopt goed, dankzij de badpakken en avondjurken die ze samen met haar Nederlandse compagnon en coupeuse Gré  heeft ontworpen. Voor hun mannen is het veel lastiger om goed werk te vinden. De economie zit in de slop en door de oplopende politieke spanningen vertrekken steeds meer Nederlanders. Betsy ziet het ook bij de roeivereniging en in haar klantenkring. Na de nationalisering is bijna iedereen vertrokken. Als Gré later naar Kalimantan verhuist,  besluiten Betsy en Djoemiran met hun drie kinderen ook naar de hoofdstad te gaan.

vragen

  • Kent u Miny, Annie en of Betsy uit Surabaya? Zo ja, waar en wanneer heeft u hen ontmoet en welke herinneringen bewaart u daaraan?
  • Heeft u nog foto’s uit de tijd van Surabaya, van de Cultuurbank, het Java Modemagazijn, het zwembad van de roeivereniging Brantas, of van Betsy’s naaiatelier op de Amir Hamzah straat?
  • Heeft u ooit contact gehad Ma Hekkelman in Malang, Lawang, Surabaya of na terugkeer  in Nederland? Ze is halverwege 1952 per schip vanuit de haven van Surabaya vertrokken, waarschijnlijk met hulp van het Rode Kruis vanwege haar gezondheidsproblemen. In Nederland is ze tijdelijk opgevangen in het Diaconessenhuis in Haarlem en later woonde ze in het herstellingsoord Rozenhof waar ze in 1960 is overleden. Weet u daar meer over te vertellen?
  • Bent u wel eens bij Garage Verkerk geweest? Heeft u Djoemiran daar ontmoet, zo ja kunt u daar meer over vertellen?

Sragen
Meteen na haar bruiloft vertrekt Miny eind november 1953  met haar zesjarig zoontje naar de suikerfabriek Modjo in Sragen in Midden-Java. Nanang werkt er al een jaar en is opgeklommen tot  eerste chemicus. De fabriek is eigendom van de Nederlandse Cultuurmaatschappij Lawoe en wordt beheerd door de handelsonderneming Mirandolle, Voûte & Co. De Nederlandse administrateur en andere leidinggevenden wonen met hun gezinnen op het terrein, evenals de Indonesische stafleden zoals Nanang. Het is een kleine, hechte gemeenschap met een eigen sociëteitsgebouw. Daar wordt gekaart en gedanst, Sinterklaas en carnaval gevierd en staat Miny regelmatig op het podium om een lied te zingen. Miny heeft het naar haar zin; ze neemt allerlei sociale activiteiten voor haar rekening, geniet van haar gezin en de familiebezoeken van haar zussen en Dolly. Ze is trots op haar man, die in 1955 tot  tot chef-productie wordt benoemd. Nanangs carrière raakt begin 1958 onverwacht in een stroomversnelling wanneer de overheid de suikerfabriek nationaliseert.  Als Indonesisch staflid moet Nanang de administrateur vervangen en benoemd tot algemeen directeur, met een militair erbij als toezichthouder. De Nederlandse medewerkers vertrekken, sommige Indische stafleden kiezen voor de Indonesische nationaliteit en blijven. Nanang klimt op tot directeur van de regionale suikerindustrie, tot landelijke directeur productie en wordt vervolgens benoemd tot algemeen directeur van de nationale suikerindustrie. Het gezin, dat in 1960 inmiddels vier kinderen telt verhuist van Sragen naar Semarang, waar de jongste zoon Toto wordt geboren, om daarna via een korte tussenstop in Surabaya in 1965 uiteindelijk in Jakarta te belanden.

vragen

  • Heeft u en/of uw familie op de suikerfabriek Modjo gewerkt en gewoond? Kunt u meer vertellen over het leven binnen het fabriekscomplex en over de omgang met Miny en Nanang en hun kinderen?
  • Heeft u het nationaliseringsproces van dichtbij meegemaakt? Hoe verliep dat en wat betekende dat voor het bedrijf, staf en personeel en de families die op het complex woonden?
  • Heeft u nog foto’s of andere documenten van de suikerfabriek Modjo, uit de jaren vijftig?