Aan het begin van de oorlog heeft de Nederlandse koopvaardij duizenden Indonesiërs in dienst. Een aantal van hen raken meteen in 1940 in het oorlogsgeweld verstrikt, anderen pas na de aanval op Pearl Habour eind 1941 als de oorlog ook in de Pacific losbarst. Als Nederlandse onderdanen geldt ook voor de Indonesische schepelingen een vaarplicht, een soort dienstplicht in oorlogstijd. Wanneer hun schepen door de Geallieerden worden opgeëist en omgebouwd tot troepentransportschip of hospitaalschip, varen zij mee als bemanning. Sommigen krijgen een kanonniercursus in Groot-Brittannië om aan boord kanon en mitrailleur te kunnen bedienen. Na de oorlog stranden velen in Amsterdam, waar ze aan de wal als dagloner hun karige gage aanvullen, cursussen volgen, muziek maken en soms ook verliefd worden en trouwen. Dat overkomt Amarie, Djoemiran, Djabir en tientallen andere Indonesische zeelieden.

Amarie Irawan uit Surabaya –ms Boissevain
Amarie stapt als vijftienjarige matroos in 1941 aan boord van het passagiersschip Boissevain in de havenstad Surabaya. Nederland is op dat moment al ruim een jaar bezet door Duitsland en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij werft nu vooral op Java nieuwe bemanningsleden. Amarie doorkruist de hele Pacific, maar al snel bepaalt de oorlog de vaarroute. Eenmaal in Groot-Brittannië wordt de Boissevain omgebouwd tot troepentransportschip en krijgt Amarie een kanonniersopleiding. Terug aan boord zit hij tussen de Geallieerde troepen, stoot het schip op een Duitse onderzeeër, en is hij getuige van de landingen in Noord-Afrika en Sicilië. Na de oorlog krijgt hij de Afrikaanse ster als dank voor zijn inzet en wacht in Glasgow in de Java-club op zijn repatriëring. Zo belandt hij eind november 1945 in Amsterdam waar hij Miny ontmoet. Een half jaar na aankomst is Amarie getrouwd en woont hij met Miny, haar twee zussen en hun mannen samen in een etage in de Lepelstraat. Zeven maanden later vertrekken ze samen met de Weltevreden naar Indonesië.

vragen

  • Wie heeft met Amarie op de Boissevain gevaren tijdens de oorlog? Heeft u nog foto’s, aantekeningen of informatie uit die periode?
  • Wie kan meer vertellen over de Indonesische zeelieden na aankomst in Nederland? Amarie zegt een MTS opleiding te hebben gevolgd in Amsterdam, en hij heeft waarschijnlijk in de haven gewerkt.
  • Bij zijn huwelijk was de machinesmeerder Henk Teeuwen (1905) aanwezig als getuige. Wie kent Henk? Werkte hij samen met Amarie of kenden ze elkaar via school of vakbond? Wie waren nog meer bij het huwelijk aanwezig? Of bij het afscheid van de Weltevreden in de haven van Rotterdam?

Djoemiran Roesman uit Kebumen – ms Ophir
Als 20-jarige monstert Djoemiran aan als assistent-machinist bij de Koninklijke Paket Maatschappij. Het leven aan boord van de Ophir bevalt hem goed. De eerste jaren vaart hij heen en weer tussen Sumatra, Java en Sulawesi. Begin 1942 komt daar een eind aan als het schip in konvooi naar Colombo koerst en vervolgens in Calcutta wordt omgebouwd tot hospitaalschip HMS no. 4, terwijl Djoemiran in de tussentijd aan wal vertoeft. Hij voelt zich snel thuis in India en in de Golf van Bengalen. In 1943 reist hij met de Ophir naar Port-Said en Alexandrië, en later ook naar de Afrikaanse oostkust. Op het eind van de oorlog belandt hij in Groot-Brittannië, waar hij op 28 augustus 1945 als Indonesische matroos meedoet aan een grote staking, waarschijnlijk voor een hogere dagvergoeding en uitbetaling van achterstallig loon. Korte tijd later wordt hij met zijn maten naar Nederland gestuurd, waar hij vervolgens zijn ontslagbrief krijgt van de KPM. In Amsterdam vindt hij werk als dagloner bij de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij en haalt er zijn diploma elektrisch lassen. Zijn andere opleiding voor automonteur kan hij niet afmaken vanwege de terugkeer naar Indonesië eind 1946. Hij vertrekt samen met zijn vrouw Betsy met wie hij in mei is getrouwd, en die inmiddels zwanger is.

vragen

  • Heeft u of een familielid op de Ophir gevaren tussen 1939 en 1946? Kunt u daar wat meer over vertellen?
  • Beschikt u over informatie over de staking van zeelieden op 28 augustus 1945 in Groot-Brittannië en/of de ontslagen bij KPM in Nederland? Ook in Nederland waren protestacties van zeelieden tegen de Nederlandse rederijen die weigerden achterstallig loon uit te betalen, een te lage dagvergoeding betaalden, of de terugreis niet voor hun rekening wilden nemen.
  • Kent u Djoemiran uit Amsterdam? Weet u meer te vertellen over de dagloners van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij? Of over de vakschool van JFC Harms, Overtoom 3? Of over de Rijkswerkplaats voor vakontwikkling op de Hamerstraat 13 in Amsterdam-Noord, waar Djoemiran een opleiding voor automonteur volgde?

Djabir alias Mouch uit Madura – ms Volendam
Djabir is waarschijnlijk als djongos, als bediende, bij de Nederlandse koopvaardij gaan werken. Hij komt uit Bangkalan op het eiland Madura, niet ver van de havenstad Surabaya. Voor Madurese jongeren als Djabir is Surabaya dé plek om werk te vinden. Hij is nog geen twintig als hij gaat varen en door de oorlog van thuis raakt afgesneden. Uiteindelijk strandt hij, zoals zoveel andere Indonesische schepelingen in Amsterdam, waar hij via zijn vrienden in contact komt met Annie Kobus. Ze krijgen verkering, trouwen en betrekken een etage op de Lepelstraat samen met Betsy, Miny en hun mannen. Eind 1946 stappen ze met z’n allen in Rotterdam aan boord van de Weltevreden om in Indonesië een nieuw bestaan op te bouwen.

vragen

  • Weet u meer te vertellen over de Madurees Djabir alias Mouch? Hoe hij de oorlog is doorgekomen is niet bekend. Mogelijk voer hij op de Volendam, het schip waar hij in 1947 ook weer mee ging varen. Misschien woonde hij in Amsterdam een tijdje in een loods op de Javakade samen met zeelieden? Of kent u hem misschien van de Lepelstraat 87/1 in Amsterdam waar hij na zijn huwelijk woonde.
  • Kunt u misschien meer vertellen over de etage op de Lepelstraat?  Aan het begin van de oorlog woonde daar nog  een Joodse familie, later bood de etage onderdak aan verschillende Indonesiërs, zoals Hasoeri en Soeprajitno, maar ook aan het gezin Balvert dat eind 1946 naar Nieuwkoop verhuisde.