Winayaka Djoijoadiningrat: ‘We waren bijna verzopen’

Winayaka was nog een kleuter toen hij met zijn moeder Trudy Vervoort, zijn broer en zusje eind 1946 aan boord van de Weltevreden naar Indonesië vertrok. Van de bootreis kan hij zich weinig herinneren, behalve dan die verschrikkelijke storm in de Golf van Biskaje. Die storm staat in zijn geheugen gegrift, net zoals bij de andere passagiers, zoals Dolly, Miny, Annie en Betsy, de hoofdpersonen uit ‘Enkele reis Indonesië’. ‘We waren bijna verzopen,’ vertelt Winayaka in zijn woonkamer in Utrecht. ‘De koffers schoven van links naar rechts door de hut, iedereen was ziek en moest overgeven, overal lag braaksel.’

Winayaka, verkleed als Canadese soldaat, Leiden 1945

Winayaka, verkleed als Canadese soldaat, Leiden 1945

Winayaka, thuis in Utrecht, 2015

Winayaka, thuis in Utrecht, 2015

Moeder en kinderen hadden nog geluk; ze beschikten als een van de weinigen over een hut. Ze deelden de hut met tante Nel, die zwanger was van haar eerste kind. Nel’s man, Rachmat Koesoemobroto, was als transportleider verantwoordelijk voor de groep van driehonderd Indonesiërs aan boord. Winayaka’s vader, Abdulmadjid Djoijoadhiningrat, was niet aan boord. Hij zat al ruim een jaar in Indonesië.

Als veelbelovende Indonesische jurist was Abdulmadjid door de Nederlandse regering in september 1945 als ambtenaar naar de archipel gestuurd om het overheidsapparaat te versterken. Pas na aankomst hoorde hij dat Soekarno en zijn oude leermeester Hatta op 17 augustus de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. Abdulmadjid was een uitgesproken Indonesisch nationalist en activist, die al vanaf begin jaren twintig streefde naar onafhankelijkheid. Als vooraanstaand lid van de Perhimpoenan Indonesia (PI), de Indonesische Vereniging hoorde hij tot de nationalistische voorhoede in Nederland en was hij in 1927 zelfs een keer opgepakt ‘wegens opruiing tegen de staat’. Vanwege de fascistische dreiging besloot de PI het onafhankelijkheidsstreven tijdelijk terzijde uit te stellen om samen met Nederland de democratie te beschermen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Abdulmadjid met de PI actief in het verzet. Eenmaal in Batavia/Djakarta kon hij zich weer wijden aan de Indonesische zaak en besloot hij zich aan de zijde van de republikeinen te scharen. Op het moment dat zijn gezin op 1 januari 1947 in de haven van Tanjung Priok aan wal ging, was Abdulmadjid al lid van de Republikeinse regering, als staatsecretaris van Sociale Zaken.

Onafhankelijkheidsstrijd

In de haven stond al een stoomtrein te wachten die de groep Indonesiërs naar de Republikeinse hoofdstad Yogyakarta zou brengen, dwars door Java. Voor moeder Trudy en de kinderen was het de eerste kennismaking met hun nieuwe vaderland. Winayaka vond het prachtig; overdag zag hij eindeloze rijstvelden, ravijnen en vulkanen en ‘s nachts dwarrelden de nagloeiende stukjes stookhout als vuurvliegjes door de lucht. Ook in hun nieuwe woonplaats Yogyakarta viel van alles te ontdekken. Maar wat Winayaka vooral is bijgebleven, zijn de schietpartijen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd, waarbij zijn broer huilend onder tafel zat. Op een dag werden zelfs in hun straat een paar Indonesische vrijheidsstrijders doodgeschoten. De Nederlandse soldaten lieten de lijken ter plekke als waarschuwing achter. Yogyakarta was toen net ingenomen door de Nederlanders. Vlak erna vertrok de familie in konvooi richting Semarang.

Semarang werd de thuisbasis voor de familie. Na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 opende vader zijn eigen Advocaat & Procureurskantoor. Eind jaren vijftig stopte hij tijdelijk om als burgemeester te werken, waarna hij in 1960 weer zijn loopbaan als jurist voortzette. Winayaka, inmiddels twintig, verliet een jaar later het ouderlijk huis om net als zijn broer in Bandung aan het ITB een ingenieursopleiding te volgen. Tijdens zijn studie gaf hij ook Engelse les, om zo zijn steentje bij te dragen aan de opbouw van de jonge natie. Hij sloot zich ook aan bij de links onderwijzersvakbond PGRI-Non Vaksentral.

1965

Winayaka’s jeugdig activisme bracht hem na de vermeende coup in 1965 in de problemen. Het leger verdacht Winayaka van medeplichtigheid aan de coup en pakte hem op, evenals zijn broer. Toen Winayaka enkele maanden later werd vrijgelaten, besloot hij onder te duiken. Zijn broer zat nog vast en zijn vader, die tijdens de coup in China op bezoek was, kon niet meer terug omwille van zijn eigen veiligheid. Winayaka ging in het afgelegen Djatiluhur aan het werk bij de bouw van een huizenproject voor bewakers van de watersluizen. Na een paar jaar verhuisde hij naar Jakarta waar hij ook nog een tijdje in de bouw werkte, totdat hij genoeg geld gespaard had om naar het buitenland te vluchten.

In september 1969 vertrok Winayaka naar Duitsland, een land waar hij zich zonder visum kon vestigen én als student kon werken. Hij belandde in München, waar hij met hulp van een Indonesische student een baan vond als “Hilfsarbeiter” in de bouw. Na het werk ging hij nog als bordenwasser aan de slag in een lokaal Indonesisch restaurant. Tussendoor werden alle Architectuur afdelingen van Universiteiten aangeschreven. Na twee jaar kon hij terecht op de universiteit van Stuttgart. Daar ontmoette hij zijn latere vrouw Juliani, een Indonesische, die daar ook studeerde en werkte.

Retourtje Nederland

Toen Winayaka eenmaal veilig in Duitsland zat, zijn broer was vrijgelaten en haar jongste kind de middelbare school had afgerond, kon moeder Trudy haar koffers pakken. Ontgoocheld keerde ze in 1972 met haar tienerdochter terug naar Nederland, waar ze een tijdje bij vrienden in Amsterdam woonde. Haar dochter kon terecht in het Binnengasthuis om intern een opleiding verpleegkunde volgen. Moeder verhuisde naar haar geboortestad Den Haag en later naar Voorburg, waar ze eindelijk werd herenigd met haar man, die al die tijd als banneling in China had gewoond. Hij stierf in 1977. Na zijn dood verhuisde Winayaka’s vrouw Juliani naar Nederland, Winayaka zelf volgde een jaar later nadat hij werk had gevonden. In 1980 verhuisden ze van Voorburg naar Utrecht, waar ze nog steeds wonen, evenals hun twee zonen en kleindochter. De broer van Winayaka is met zijn gezin altijd in Indonesië gebleven. Hij overleed in 2005, twee jaar na de dood van moeder Trudy.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *